Alleen wie illusies heeft raakt gedesillusioneerd
Kees Groenenboom
Haar opvallende verhalenbundel `Net als Barbapapa' en haar bijdrage aan `Paradise by the dashboardlight', een verzameling verhalen vol jaren-zeventignostalgie, vormden genoeg aanleiding om uit te kijken naar het romandebuut van Marieke Groen (1966). Enig krediet kan ze wel gebruiken, want de neiging is groot om `Zeven meter onder water' na het eerste hoofdstuk terzijde te leggen. Deze - gelukkig korte - epiloog aan het begin is niet bepaald het sterkste onderdeel van een boek waarmee Groen haar talent bevestigt.
`Het probleem met vrouwen is mannen,' zo wordt de feministe Erica Jong ergens geciteerd. De vier vrouwen in `Zeven meter onder water' hebben ieder hun oplossing voor dat probleem. Anna is een exponent van de hippiegeneratie. Jong getrouwd om het ouderlijk huis te ontvluchten, gescheiden en daarna fervent mannenhaatster. In de jaren zeventig gaat ze op zoek naar zichzelf. Haar twee tienerdochters moeten zich maar zien te redden. Als ze rond haar vijfendertigste besluit dat ze toch nog een kind wil, omdat ze anders alleen dreigt te blijven, werft ze per advertentie een zaaddonor en wordt een van de eerste bewust ongehuwde moeders.
Haar oudste dochter Gaia kan het blijkbaar zonder mannen stellen. Als tienermeisje ontmaagdt ze zichzelf met een haarborstel en vertrekt rond haar twintigste naar de missie in Afrika. Haar twee jaar jongere zus Isis experimenteert er lustig op los met jongens zodra ze seksueel wakker wordt, maar nadat haar eerste, zeer lichamelijke, `serieuze' relatie is gestrand, kiest ze voor de vrouwenliefde. Het nakomertje en halfzusje Janne zoekt veiligheid in vluchtige relaties. Ze wil mannen alleen voor de seks en sluit zich emotioneel voor hen af, omdat, zoals haar moeder haar heeft voorgehouden, `alleen mensen die illusies hebben gedesillusioneerd kunnen raken.' Toch wordt het lot van deze vrouwen bepaald door de mannen die ze in hun leven toelaten.
GELOOFWAARDIG
In `Net als Barbapapa' bewees Groen als dat ze levensechte personages kan scheppen. waar veel collega-debutanten blijven steken in autobiografische avonturen, slaagt zij erin de wereld te bekijken door meer dan één paar ogen. Ook haar mannelijke hoofdpersonen zijn geloofwaardig. Elementen uit haar verhalen komen in haar romandebuut terug: het thema van meisjes die vrouw worden en de voortdurende referenties aan de popmuziek zijn de meest opvallende. Die verwijzingen naar popliedjes werken als ijkpunten in de tijd, althans voor wie die periode heeft meegemaakt.
Eigenlijk is deze roman een verzameling korte verhalen, waarbij elk hoofdstuk vanuit een verschillend perspectief wordt bekeken. Aardig is dat de stijl enigszins wordt aangepast aan die personages. De verhalen worden uiteindelijk verweven tot een soort Grieks noodlotdrama, maar dan zonder de goden die het teveel aan toeval in die tragedies konden verklaren. Bij Groen moet je als lezer wat al te veel door de vingers zien om nog te geloven in de samenloop van omstandigheden. De plot is daarmee niet het sterkste van deze roman. Daar staat veel goeds tegenover. Groen is een echte vertelster, die schrijft in een soepele stijl, met levensechte dialogen en vaak aardige metaforen. Ze weet de lezer geboeid te houden; na het zwakke eerste hoofdstuk blijft de spanningsboog gehandhaafd. Maar bovenal geeft ze met haar schets van de verschillende acteurs in haar drama een mooi portret van verschillende generaties. Het in mistige ideologieën gehuld egoïsme van de hippies, het nihilisme van de punks en het materialisme van de huidige twintigers worden heel herkenbaar beschreven. Daarmee is `Zeven meter onder water' geen groots, maar wel een glansrijk debuut. De onvolkomenheden in deze roman zijn overkomelijk; wat moeilijk te leren is heeft Groen al in de vingers.
