Alternatieve leefplek vol kwellingen
Monica Soeting
Dertigers met een hang naar nostalgie opgelet: `Zeven meter onder water' van Marieke Groen (Podium, f 34,90) zit barstensvol herkenningstekens uit de jaren zeventig. Of het nu gaat om broodbeleg, snoep, popmuziek, televisieprogramma's, namen of kleren, alles klopt tot in de details.
Volgens het nawoord heeft Groen alleen een beetje met de tijd gesjoemeld: `In de zomer dat Björn Borg voor de vijde achtereenvolgende maal Wimbledon won, was Et nog niet in de bioscoop, maakte MDC (Millions of Dead Cops) nog gen platen en kan Isis `Annabel' van Hans de Booij niet op de radio hebben gehoord, aangezien dat nummer pas jaren later werd uitgebracht.'
Die dichterlijke vrijheid zij Groen gegund. Ondanks feitelijke onjuistheden is haar boek van begin tot einde doordrongen van de jaren zeventig.
In het middelpunt staan Anna en haar twee dochters, Gaia en isis. Ze wonen in een nieuwbouwhuis in een voorstad van Amsterdam, dat tot een alternatieve leefplek is omgebouwd. Anna is onder invloed van de plaatselijke vrouwengroep van haar man gescheiden, en werkt dagelijks aan het Terugvinden en Herbevestigen van haar Zelf.
Toppunt van die zoektocht is haar beslissing om een kind te nemen dat helemaal van haar alleen is. Ze zet een advertentie in de krant, kiest een zaaddonor die afziet van copulatie, en raakt zwanger met een jampotje en een injectiespuit zonder naald. Ook het derde kind is een dochter, Janne.
In haar reis naar het Ik ontgaat het Anna dat haar dochters leiding missen. Hun ontwikkeling verloopt op zijn zachtst gezegd instabiel. Gaia ontpopt zich van buurttiran tot schijnheilige missionaris, en Isis weet zich weliswaar tot professor op te werken, maar moet daar wel erg veel moeite voor doen. Maar Janne komt er het slechts vanaf. Als ze tijdens zwemles bijna verdrinkt, ziet ze in een visioen haar vader.
Dat visioen gaat haar leven zozeer beheersen, dat ze als volwassene niet in staat is een vaste relatie aan te gaan. Met Anna zelf loopt het ten slotte dramatisch af: zij komt om bij een wraakactie van een jongen die ooit door Gaia vernederd en door Isis verlaten is.
Daarmee laat Groen zien dat ze niet alleen alle gebruiken en gewoonten uit de jaren zeventig grondig heeft bestudeerd. Ook de populaire psychologie uit die tijd heeft ze overgenomen: alle frustraties waarmee haar personages als volwassene worstelen, komen voort uit onverwerkte jeugdtrauma's. Kwestie van oorzaak en gevolg, dus eigenlijk.
