woensdag

Het boek


Een missionaris komt naar Nederland voor een familiehereniging in een tv-programma; een Bewust Ongehuwde Moeder krijgt midden in de nacht een onheilspellend telefoontje; een tienjarig jongetje heeft een denkbeeldig vriendje dat zich tegen hem keert; een meisje droomt van verdrinken omdat ze onder water hoopt te vinden wat ze boven water mist.

Marieke Groen legt in haar roman Zeven meter onder water een kwart eeuw uit het leven van zes mensen vast, van de jaren ‘70 tot de eeuwwisseling. De levens van deze personages zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, vaak zonder dat ze dat weten of willen. Ze hebben grote dromen en stille verlangens, maar ze zijn niet of nauwelijks in staat die te verwezenlijken. Centraal in dit alles staat de zoektocht van een jonge vrouw naar haar vader.

Zeven meter onder water is een wervelende, soepel geschreven roman over oorzaak en gevolg, over de worsteling met schuld en verantwoordelijkheid.

uitgever:
Podium
datum uitgave: maart 2001
isbn:
9057590549
pagina's:
336

bestel Zeven meter onder water bij Bol.com

Marieke Groen schreef eerder de verhalenbundel Net als Barbapapa (1999), en later de roman Koortsgloed (2006).

De advertentie

Zin en onzin

Tweedubbel
Dat overkomt me niet nog een keer, dacht ik, toen bleek dat het omslag van mijn eerste boek al eerder was gebruikt voor een ander boek.

Maar het overkwam me wel nog een keer. In dezelfde maand dat Zeven meter onder water verscheen, kwam er een boek uit van een Amerikaanse schrijfster met exact hetzelfde omslag.

Hoe dat kon? Uitgeverij Podium had de rechten voor het gebruik van de foto louter in Nederland en België gekocht; de Engelse uitgever van Laura Hendrie de rechten voor gebruik louter in Engeland. Dat is namelijk goedkoper dan de wereldrechten kopen. Maar via de Britse boekhandel Waterstones kwam het boek van Hendrie toch in Nederland terecht, waardoor er in maart 2001 twee boeken met exact hetzelfde omslag in de boekwinkel lagen.



Rob Schouten in Trouw

Als het niet door de voordeur gaat dan maar via de achterdeur. De schrijfster Marieke Groen, wier werk (bijvoorbeeld 'Zeven meter onder water' en 'Net als Barbapappa') mij tot nu toe ontgaan was, trekt de aandacht met een website, www.mariekegroen.nl, waarop ze niet alleen hele recensies van haar werk plaatst maar de negatieve ook van commentaar voorziet.
Mis Marieke! Alvorens wij van de Commissie Literaire Bedrijvigheid eens op je terrein komen kijken moet ons van het hart dat de mening van schrijvers over hun werk er in het geheel niet toe doet. Als het geschreven is, is het niet meer van hem of haar. Het is als met een ei: welke kip het gelegd heeft interesseert ons niet, als het maar smaakt! Critici schrijven hun stukken dan ook niet voor die ene auteur van het prachtwerk maar voor al die lezers ervan. Voor de schrijver zelf rest weinig meer dan zich te verbijten want met een boos briefje naar de recensent, laat staan naar de krant waarin het peststuk staat, laat hij zichzelf van z'n kinderachtigste kant zien. En dus moeten schrijver en criticus elkaar maar zoveel mogelijk links laten liggen.

Kennelijk vindt Marieke Groen dat maar een hondse moraal, dus pakt ze op haar beurt haar critici aan. Foutjes die ze gemaakt hebben. Feit jes die ze verkeerd weergeven. Bijvoorbeeld Daniëlle Serdijn die in haar bespreking in Het Parool van 'Zeven meter onder water' het tijdsbeeld van dat boek alsvolgt karakteriseert: 'De jongste Osmondtelg is op iedere meisjeskamer te vinden'. Commentaar van Groen: 'Danny Osmond was niet de jongste Osmondtelg maar de op een na jongste.' Direct blijkt het vermoeiende en tot niets leidende karakter van dit soort orthodoxie, ik lees namelijk nergens dat Serdijn de jongste telg Donny noemt maar vraag mij zelf bij haar kritiek wel iets anders af, namelijk wat die jongste Osmond op al die meisjeskamers doet, of doelt ze op Osmond in effigie, op een poster?

Gelukkig zijn de meeste schrijvers nog te achterlijk om zich van websites en andere online vergaderplaatsen te bedienen maar het lijdt geen twijfel, er is een nieuw genre in de maak: de publieke kritiek-repliek. En het met chatboxen, SMS-berichten en MSN-conversaties toch al overvolle communicatie-universum heeft er weer een kakelverse kwaakgelegenheid bij!

NRC heeft er ook wat over te zeggen
Auteur Marieke Groen heeft besloten haar onlangs bij uitgeverij Podium verschenen romandebuut Zeven meter onder water te vuur en te zwaard te verdedigen tegen aanvallen van critici. Op haar website voorziet de auteur de - negatieve - besprekingen van haar roman van repliek, door ze integraal te plaatsen en te voorzien van voetnoten.

Bij een bespreking van Daniëlle Serdijn in Het Parool plaatst Groen er zeven. Bijvoorbeeld wanneer Serdijn suggereert dat in Groens verhalenbundel Net als Barbapapa `oude films' en `fonduestellen' voorkomen. Groen in haar voetnoot: `Opmerkelijk: in mijn verhalenbundel komt geen enkele oude film of fonduestel voor...'

Ook Fleur Jurgens, die Groens roman voor HP/De Tijd besprak krijgt de wind van voren. Jurgens voegt in haar bespreking twee personages samen, wat bij Groen de reactie ontlokt: `I
k heb het vermoeden dat mevrouw Jurgens niet verder is gekomen dan hoofdstuk 1.'
Groen vindt haar eigen webstie een mooie plek om te reageren op de critici. `Als je ze een brief stuurt staat dat zo kinderachtig. Dit is mijn eigen plekje, waar ik mensen tongue in cheek kan aanpakken.'

Vrij Nederland

Een bijna vrouw

Agnes Andeweg

Het wemelt van de besluiteloze, dolende dertigers in de literatuur. Kiezen hebben ze niet geleerd, hun ouders krijgen de schuld. Wat moeten we met ze?

Marieke Groen (1966) geeft in `Zeven meter onder water’ een prachtig beeld van de tijd die de dertigers van nu voortbracht. Ze schetst een gezin - moeder en dochters, vader is vertrokken - dat tot in de details beantwoordt aan de stereotypen over feminisme en seksuele revolutie. De oudste dochters, Gaia en isis, mogen niet met barbies spelen en Pinkeltje is verboden lectuur. Moeder Anna doet zichzelf nog een derde kind cadeau. Via een advertentie vindt ze een zaaddonor, en ze krijgt wederom een dochter, Janne.

Groen is sterk in het schrijven vanuit het perspectief van het kind. Op haar beste momenten doet ze denken aan Renate Dorrestein, die bekwaam is in dat perspectief en ook altijd genadeloos de feilende ouders weet aan te klagen. Het belangrijkste deel van `Zeven meter onder water’ speelt zich niet af in de jaren zeventig, maar later, als de vrouwen volwassen zijn. Dé vraag is natuurlijk hoe de drie dochters zullen reageren op hun geëmancipeerde jeugd. Groen is daar niet mild over. Gaia vlucht min of meer naar Afrika, waar ze bij de missie gaat werken; Janne is van jongs af geobsedeerd door de vraag wie haar vader is. Daar helpt geen emancipatie aan. De lesbische Isis kiest in feite voor de meest traditionele weg: zij heeft een baan in de wetenschap (en kiest dus voor maatschappelijk status) en wil met haar vriendin een gezin stichten. Janne hoort dat met verbijstering aan. Zelf heeft ze een ingewikkelde verhouding met mannen: `Ze had een anti-aanbaklaag voor mannen: nooit bleven ze plakken.’ De oorzaak is duidelijk: de ontbrekende vader; en dat neemt Janne vooral haar moeder kwalijk. Elk van de dochters heeft Anna wel wat te verwijten, en zo ontpopt `Zeven meter onder water’ zich tot een verhaal over een moedermoord.

Geef je ouders maar weer de schuld - als ze even de kans hebben, doen ze dat nog steeds, deze moderne volwassenen. Als dat geen uitgestelde jeugd is.

De Volkskrant

Alternatieve leefplek vol kwellingen

Monica Soeting

Dertigers met een hang naar nostalgie opgelet: `Zeven meter onder water' van Marieke Groen (Podium, f 34,90) zit barstensvol herkenningstekens uit de jaren zeventig. Of het nu gaat om broodbeleg, snoep, popmuziek, televisieprogramma's, namen of kleren, alles klopt tot in de details.

Volgens het nawoord heeft Groen alleen een beetje met de tijd gesjoemeld: `In de zomer dat Björn Borg voor de vijde achtereenvolgende maal Wimbledon won, was Et nog niet in de bioscoop, maakte MDC (Millions of Dead Cops) nog gen platen en kan Isis `Annabel' van Hans de Booij niet op de radio hebben gehoord, aangezien dat nummer pas jaren later werd uitgebracht.'

Die dichterlijke vrijheid zij Groen gegund. Ondanks feitelijke onjuistheden is haar boek van begin tot einde doordrongen van de jaren zeventig.

In het middelpunt staan Anna en haar twee dochters, Gaia en isis. Ze wonen in een nieuwbouwhuis in een voorstad van Amsterdam, dat tot een alternatieve leefplek is omgebouwd. Anna is onder invloed van de plaatselijke vrouwengroep van haar man gescheiden, en werkt dagelijks aan het Terugvinden en Herbevestigen van haar Zelf.

Toppunt van die zoektocht is haar beslissing om een kind te nemen dat helemaal van haar alleen is. Ze zet een advertentie in de krant, kiest een zaaddonor die afziet van copulatie, en raakt zwanger met een jampotje en een injectiespuit zonder naald. Ook het derde kind is een dochter, Janne.

In haar reis naar het Ik ontgaat het Anna dat haar dochters leiding missen. Hun ontwikkeling verloopt op zijn zachtst gezegd instabiel. Gaia ontpopt zich van buurttiran tot schijnheilige missionaris, en Isis weet zich weliswaar tot professor op te werken, maar moet daar wel erg veel moeite voor doen. Maar Janne komt er het slechts vanaf. Als ze tijdens zwemles bijna verdrinkt, ziet ze in een visioen haar vader.

Dat visioen gaat haar leven zozeer beheersen, dat ze als volwassene niet in staat is een vaste relatie aan te gaan. Met Anna zelf loopt het ten slotte dramatisch af: zij komt om bij een wraakactie van een jongen die ooit door Gaia vernederd en door Isis verlaten is.
Daarmee laat Groen zien dat ze niet alleen alle gebruiken en gewoonten uit de jaren zeventig grondig heeft bestudeerd. Ook de populaire psychologie uit die tijd heeft ze overgenomen: alle frustraties waarmee haar personages als volwassene worstelen, komen voort uit onverwerkte jeugdtrauma's. Kwestie van oorzaak en gevolg, dus eigenlijk.

Het Parool

Fatale zelfontplooiing

Danielle Serdijn

Een rommelmarkt op koninginnedag; dat was de sensatie die de verhalenbundel waarmee Marieke Groen twee jaar geleden debuteerde opriep. Alles wat wij in de afgelopen twee decennia hadden weggegooid, werd door Groen afgestoft en opnieuw gebruikt. Of het nu om oude films ging, langspeelplaten, posters van Bono's U2 of funduestellen; met al die afdankertjes bouwde Groen vrolijke retro-decors, die sterk contrastreerden met de ontwikkeling van haar personages.

In Zeven meter onder water wordt ongeveer hetzelfde procédé gevolgd. Opnieuw schetst Groen een beeld van de jaren zeventig: de jongste Osmondtelg is op iedere meisjeskamer te vinden, pedoseksuelen heten nog kinderlokkers, Molukkers kapen de trein bij Wijster en bezetten een school in Bovensmilde, Fred Emmer leest nog het journaal en als bijeffect van de tweede emancipatiegolf in combinatie met de naweeën van de seksuele revolutie noteren we een toename van het aantal echtscheidingen en alternatieve samenlevingsvormen. Ouders lijken in deze periode het spoor totaal bijster. Moeders focussen op hun zelfontplooiing en volgen meditatie- en keramiekcursussen, vaders vertrekken met de noorderzon, en de kinderen? Die moeten zich `volwassen gedragen omdat iemand het toch moet doen.'

In de roman van Groen volgen we drie zussen, Gaia, Isis en Janne. Janne is het produkt van haar moeders zelfontplooiing. Moeder besluit namelijk na de scheiding om nog één keer zwanger te worden. Om `iets helemaal voor zichzelf alleen te hebben'. Een donor levert het zaad, en voilá, na negen maanden is moeder een van de eerste BOM-vrouwen in Nederland.

Bij de buren is het niet veel anders. Ook daar is de vader verdwenen. Zijn plaats wordt tijdelijk ingenomen door moeders nieuwste minnaar. Het jongste kind uit dat gezin fantaseert bevriend te zijn met een sterkere en grotere versie van zichzelf. Zo probeert hij zich te handhaven. Zonder veel succes overigens, zoals later blijkt.

Ook Janne ontwikkelt zich tot een instabiele figuur die zich wanhopig. overgeeft aan een reeks eennachtsliefdes. Groen laat er geen misverstand over bestaan dat Jannes gemis aan die ene, grote, allereerste oerman zich wreekt. Er is een televisieprogramma voor nodig om vader en dochter weer bij elkaar te brengen, hoewel pa nog voor de uitzending opnieuw de benen neemt.

Groen is op haar best wanneer ze luchtige idealen van kinderen laat contrasteren met de heel wat minder luchtige, zeg gerust de volkomen egocentrische, zelfontplooiingsidealen van hun ouders de babyboomgeneratie. Jammer alleen dat de vorm van deze roman nogal opzichtig is. Tot op de helft van het boek heb je daar geen last van, omdat de schrijfster alle verhaallijnen soepel uitzet, het gaat mis op het moment dat Groen ze naar elkaar toe gaat schrijven, dan wordt het geraamte van het boek ineens pijnlijk zichtbaar. Het is dan ook vooral om de kritische inhoud dat we Groen zullen blijven volgen.

Noord-Hollands Dagblad

Alleen wie illusies heeft raakt gedesillusioneerd

Kees Groenenboom

Haar opvallende verhalenbundel `Net als Barbapapa' en haar bijdrage aan `Paradise by the dashboardlight', een verzameling verhalen vol jaren-zeventignostalgie, vormden genoeg aanleiding om uit te kijken naar het romandebuut van Marieke Groen (1966). Enig krediet kan ze wel gebruiken, want de neiging is groot om `Zeven meter onder water' na het eerste hoofdstuk terzijde te leggen. Deze - gelukkig korte - epiloog aan het begin is niet bepaald het sterkste onderdeel van een boek waarmee Groen haar talent bevestigt.

`Het probleem met vrouwen is mannen,' zo wordt de feministe Erica Jong ergens geciteerd. De vier vrouwen in `Zeven meter onder water' hebben ieder hun oplossing voor dat probleem. Anna is een exponent van de hippiegeneratie. Jong getrouwd om het ouderlijk huis te ontvluchten, gescheiden en daarna fervent mannenhaatster. In de jaren zeventig gaat ze op zoek naar zichzelf. Haar twee tienerdochters moeten zich maar zien te redden. Als ze rond haar vijfendertigste besluit dat ze toch nog een kind wil, omdat ze anders alleen dreigt te blijven, werft ze per advertentie een zaaddonor en wordt een van de eerste bewust ongehuwde moeders.

Haar oudste dochter Gaia kan het blijkbaar zonder mannen stellen. Als tienermeisje ontmaagdt ze zichzelf met een haarborstel en vertrekt rond haar twintigste naar de missie in Afrika. Haar twee jaar jongere zus Isis experimenteert er lustig op los met jongens zodra ze seksueel wakker wordt, maar nadat haar eerste, zeer lichamelijke, `serieuze' relatie is gestrand, kiest ze voor de vrouwenliefde. Het nakomertje en halfzusje Janne zoekt veiligheid in vluchtige relaties. Ze wil mannen alleen voor de seks en sluit zich emotioneel voor hen af, omdat, zoals haar moeder haar heeft voorgehouden, `alleen mensen die illusies hebben gedesillusioneerd kunnen raken.' Toch wordt het lot van deze vrouwen bepaald door de mannen die ze in hun leven toelaten.

GELOOFWAARDIG
In `Net als Barbapapa' bewees Groen als dat ze levensechte personages kan scheppen. waar veel collega-debutanten blijven steken in autobiografische avonturen, slaagt zij erin de wereld te bekijken door meer dan één paar ogen. Ook haar mannelijke hoofdpersonen zijn geloofwaardig. Elementen uit haar verhalen komen in haar romandebuut terug: het thema van meisjes die vrouw worden en de voortdurende referenties aan de popmuziek zijn de meest opvallende. Die verwijzingen naar popliedjes werken als ijkpunten in de tijd, althans voor wie die periode heeft meegemaakt.
Eigenlijk is deze roman een verzameling korte verhalen, waarbij elk hoofdstuk vanuit een verschillend perspectief wordt bekeken. Aardig is dat de stijl enigszins wordt aangepast aan die personages. De verhalen worden uiteindelijk verweven tot een soort Grieks noodlotdrama, maar dan zonder de goden die het teveel aan toeval in die tragedies konden verklaren. Bij Groen moet je als lezer wat al te veel door de vingers zien om nog te geloven in de samenloop van omstandigheden. De plot is daarmee niet het sterkste van deze roman. Daar staat veel goeds tegenover. Groen is een echte vertelster, die schrijft in een soepele stijl, met levensechte dialogen en vaak aardige metaforen. Ze weet de lezer geboeid te houden; na het zwakke eerste hoofdstuk blijft de spanningsboog gehandhaafd. Maar bovenal geeft ze met haar schets van de verschillende acteurs in haar drama een mooi portret van verschillende generaties. Het in mistige ideologieën gehuld egoïsme van de hippies, het nihilisme van de punks en het materialisme van de huidige twintigers worden heel herkenbaar beschreven. Daarmee is `Zeven meter onder water' geen groots, maar wel een glansrijk debuut. De onvolkomenheden in deze roman zijn overkomelijk; wat moeilijk te leren is heeft Groen al in de vingers.

Lezersaanbieding HP/ De Tijd


De recensent

Zeven meter zou een beginnend schrijver nekken

"Oei, oei, oei wat een vreselijk gekakel", oordeelde de Recensent bij belezing van het eerste hoofdstuk van 'Zeven meter onder water' - de nieuwe roman van schrijfster Marieke Groen. Het boek opent met de samenkomst van een drietal zussen op de begrafenis van hun moeder. In dit eerste hoofdstuk is werkelijk geen verhaallijn te bekennen. Er zijn verwijzingen naar situaties die de lezer totaal ontgaan. De dialogen zijn van een treurig niveau en de karakters komen voor geen meter uit de verf. Toch vertelt 'Zeven meter onder water' een alleraardigst verhaal, dat gaandeweg steeds meer gaat boeien. Feit is namelijk dat zelfs de Recensent wel eens te vroeg oordeelt. De openingsscène blijkt bij benadering namelijk niet voor niets zo chaotisch geschetst. Groen zet de lezer moedwillig op het verkeerde been, waarna ze met ieder volgend hoofdstuk orde schept in de verhaallijn en de karakters stuk voor stuk verder uitdiept.
Lees de rest van de recensie hier.

Slam!



Klik op de recensie om hem leesbaar te maken

Hp/ de Tijd en PZC

In Zeven meter onder water, de tweede roman van Marieke Groen, staat een zoektocht centraal van een jonge vrouw naar haar vader, destijds spermadonor van haar Bewust Ongehuwde Moeder. Groen doet haar uiterste best om een origineel tijdsbeeld te schppen van plateauzolenidealisme tot generatie-nix. Helaas overtuigt een Ally McBeal die in de Here is totaal niet.
HP/De Tijd

Zeven meter onder water. Het verhaal over drie zussen die in de jaren zeventig zijn opgegroeid door hun Bewust Ongehuwde Moeder. Alledrie hebben ze een vaderfiguur gemist. De moeder met haar hippie-idealen en feminisme heeft dit nauwelijks kunnen compenseren. Romandebuut van Marieke Groen (1966)
PZC

Surplus!

Gemeenschappelijk herinnering

Chaja Zeegers

Ooit wel eens gedacht aan wat er van het gedumpte vriendje van je geworden is? Van die gepeste medeleerling? Van de eenzame vrouw met een drankprobleem? Mensen die uit beeld zijn verdwenen, maar van wie het leven wel is doorgegaan, mogelijk zelfs bepaald door jouw gedrag in het verleden. MARIEKE GROEN werkt dit interessante gegeven uit in Zeven meter onder water.

Voor wie, net als Groen, in 1966 is geboren, is de gemeenschappelijke herinnering aan het begin van de roman een heuse Aaha-erlebnis; teinkapingen door Molukkers, Q & Q, Het huis op de prairie, Toppop. Eind jaren zeventig als feest der herkenning.

Uitgangspunt voor Zeven meter onder water zijn de twee zusjes Gaie en Isis die samen met hun moeder Anna in een jaren-zeventignieuwbouwwijk wonen. De gescheiden Anna besluit er nog een kind bij te nemen omdat ze anders zo alleen is als de twee meiden het huis uit gaan. Geheel in de geest der tijd draagt Anna kleurige wapperkleren en is ze feministe. Ze vraagt per advertentie om een zaaddonor en wordt BOM-moeder van Janne. Donorlief is al snel niet meer in beeld.

De lezer volgt de drie meiden, een (ex-)vriendje, de meoder en de afwezige vader tot aan het nieuwe millennium. Met het verstrijken van tijd en bladzijden, wordt duidelijk dat de beslissingen die de ene persoon neemt, bepalend zijn voor de verdere levensloop van de ander, lang nadat ze uit elkaars leven zijn verdwenen. Groen hanteert hiermee een orgineel perspectief en werkt dat goed uit. Toegegeven, soms zijn oorzaak en gevolg wel wat makkelijk gevonden: man wordt agressief omdat hij in zijn jeugd gepest en getreiterd is en door vriendin verlaten. Meisje heeft moeite zich te binden omdat z ehaar vader nooit heeft gekend. Vrouw ziet het leven niet meer zitten omdat haar kinderen nooit iets van zich laten horen. Onderweg krijgen we maatschappelijke en sociale thema's mee als bindingsangst, eenzaamheid, agressie en zinloos geweld, generatiekloof en pesten.

Groen voert een aantal personages op die ze aanvankelijk als individu neerzet. Het lijkt of je een verhalenbundel zit te lezen. Het kabbelt een beetje door, de dialogen zijn enigszins traag, maar het geheel loopt soepel. Pas als blijkt dat bepaalde personen in het verleden in relatie met elkaar hebben gestaan wordt het boeiend. Vanwege de psychologische lading? Vanwege de puzzel die ontstaat? Marieke Groen laat ruimte genoeg voor de eigen fantasie.

Viva

Avanta: interview

klik op het artikel om het te vergroten

Avant Garde: interview


Opzij

Marieke Groen (1966) beschrijft in haar tweede boek, `Zeven meter onder water', het leven van zes mensen tussen pakweg 1970 en nu. Het belangrijkste personage is Janne, een meisje dat verwekt is door een anonieme spermadonor bij een moeder die gegrepen is door het feminisme. Het blijkt voor Janne, hoe gewenst ze ook was, geen lolletje dat ze er nooit achter kan komen wie haar vader is. Wat dat betreft zijn haar oudere zussen Isis en Gaia beter af, ook al is hun vader dan uit het zicht verdwenen. Het belangrijkste thema van `Zeven meter onder water' lijkt me de verlatenheid van kinderen uit woelige tijden. Ze hadden ouders die altijd druk waren met zichzelf. Het beschrijven van een dergelijke jeugd is al eerder gedaan, en beter ook, vrees ik.
Inge van den Blink

Elle: schrijvers en poezen


klik op het artikel om hem groter te maken